De term super als stofbeschrijving betekent dat het gaat om 100% wol. Het nummer dat er achter staat voor de verfijndheid van de vezel die gebruikt is. Super 150 is dus een wolvezel met een diameter van 16 micron. Op dit moment is voor pakken een Super 210 vezel het dunste wat wordt gebruikt in een doek. Hoe dunner de draad hoe minder zijhaartjes een vezel heeft en hoe meer glans je van de basisdraad zult zien in het doek. Super 150 stoffen voelen zachter aan omdat ze van dunnere draden zijn gemaakt en hebben over het algemeen meer potentie tot een mooie glans.

Het zegt echter helemaal niks over het eindresultaat en kwaliteit van de stof omdat het spinnen, twillen, weven en finishen net zoveel of zelfs meer invloed heeft op het eindresultaat. Ook de lengte van de vezel bepaalt bijvoorbeeld hoe sterk de draad zal worden. Long Staples, (lange vezels) zorgen voor een hogere kwaliteit dan korte. Met het spinnen wordt bepaald in hoeverre de vezel in zijn volle lengte wordt gestretcht of dat de veerkracht wordt gebruikt voor de kreukherstellendheid van het doek. Bij het twillen worden twee draden in elkaar gedraaid wat weer invloed heeft om de stevigheid en de glans van de draad. Snapt u het nog. En dan kan de vezel nog getwist, gedraaid, worden voor extra veerkracht en om het doek droger en springeriger te maken. Bij het finishen worden eventuele zijhaartjes nog weg geschoren of gebrand waardoor de glans pas echt ontstaat. Met een diepe finish van het doek krijg je meer glans. Zie het als een voetbalveld waarbij je gras kort en lang kan maaien en er dus anders uitziet. Ook qua kleur. En dan hebben we het nog niet gehad over het moment van verven. Als de vezels worden geverfd voor het spinnen krijg je meer kleurschakering. Als je het draad verft of nog een fase verder als het doek dat geweven is krijg je minder kleurintensiteit en diepte.

Laat je dus niet in de luren leggen door de gemiddelde verkoper in een kledingzaak. Er komt nogal wat kijken bij het maken van een kwalitatieve stof.