• Heren gaan voor op de trap
  • Begeleid dames naar de stoel en schuif deze aan
  • Leg uw servet op uw schoot
  • Uw onderarm rust de gehele dis op het damast; en dus niet uw handen op uw schoot en onder tafel
  • Drink met kleine slokjes, houd het glas bij de steel vast
  • Voor de eerste slok, wacht u op een toastmoment, kijkt uw tafelgenoten aan en heeft ook het glas nog even richting de koning
  • Gebruik het couvert (bestek) van buiten naar binnen
  • Met een vork prikt u; niet scheppen
  • Het bordje voor het brood staat links van de vork(en)
  • Als het diner wordt uitgeserveerd gebeurt dit van rechts; mag u zelf opscheppen dan komt de lakei links van u staan, en mag u zelf bepalen hoeveel u op uw bord legt
  • In dit laatste geval moet u alles op uw bord opeten. Als het geserveerd wordt, proeft u minimaal iets en kunt u daarna uw mes en vork gesloten neerleggen
  • Leg uw mes en vork op tien voor half vier om aan te geven at u uitgegeten bent
  • Gebruik het botermesje bij de botervloot om op uw sideplate te leggen en vervolgens uw eigen mesje om brood te besmeren. Brood mag u met uw handen eten
  • Tijd is niet belangrijk; laat uw horloge thuis
  • Tussendoor maakt u niet uw toilet op de plee maar daar acht u mee tot eventueel voor het dessert of zelfs daarna
  • Leg naar afloop uw servet ongevouwen op de plek van het bord en schuif uw stoel weer terug richting de tafel
  • Bedank de gastheer na afloop; eventueel met een handgeschreven kaartje