Het proces om linnen te weven is terug te voeren tot Batiste Cambrai die in 1304 een stof wist te weven zo verfijnd al een spinnenweb. De wevers worden “mulquiniers” genoemd en waren thuiswerkers. De vochtige omstandigheden in de kelders hadden een positief effect op de draden die daardoor dunner worden en meer spanning kunnen hebben tijdens het spinnen en weven.

Bij pochets van de “Fil de Bouche” zijn de werkomstandigheden hetzelfde maar maken de wevers de draden ook nog eens extra nat met hun lippen waardoor nog dunnere en verfijndere doeken ontstaan.De productie van linen stortte door de industriele revolutie in elkaar omdat katoen makkelijker te verwerken is en derhalve wel machinaal gemaakt kon worden. De prijs voor linen werd derhalve te hoog.

Bij NEW TAILOR hebben we nu laatste “Fil de Bouche” linen pochets “ die door mulquiniers in 1906 zijn geweven. Ze komen uit de archieven van Simonnot Godard.

De linnen doekjes zijn zo fijn dat het aanvoelt als Sea Island katoen. De handgerolde randjes zijn van het allerhoogste niveau en zijn per lapje van 30 bij 30 centimeter in meer dan 1,5 uur met de hand omgezoomd. Zo’n wit pochet in uw borstzak is dus werkelijk uniek en bovenal fraai.