Weinig authenticiteit in het RTL-debat met lijsttrekkers

Buma, Pechtold, Asscher, Klaver en Roemer; vijf sterke merken? Dat vroegen Roel Wolbrink en Judith Tielen zich af in aanloop naar het RTL-debat. Met ons boek (101% IK) in de hand keken we naar het lijsttrekkersdebat op RTL4. In de hoop dat we aan de hand van de verbale en non-verbale communicatie van de mannen hun sterke merkidentiteiten zouden kunnen herleiden en beschrijven. Helaas was niets minder waar. Het debat was weinig inspirerend: identiteit noch authenticiteit konden kleur geven aan de inhoudelijke woordenwisselingen.

In het boek 101%IK staat vermeld welke merkidentiteit de lijsttrekkers 2017 hebben als je kijkt naar het in het boek gebruikte merkkaraktermodel. Daarin staan ook lijsttrekkers die niet bij RTL stonden op zondagavond: Mark Rutte (in karaktertype Leider), Jan Roos (in karaktertype Rebel) en Kees van der Staaij (in karaktertype Expert).

 

Met andere woorden, alleen de karaktertypes aan de linkerkant (sic) van het model waren aanwezig. En misschien is dat ook wel logisch, want daar staan de karaktertypes die worden geleid door het ‘samen doen’. Misschien is dat ook de snelle conclusie van de avond en is een debat voor hun per definitie niet authentiek: als je het niet samen kán doen, maar tegenover elkaar staat.

In deze blog beschrijven we de vijf lijsttrekkers vanuit de door ons verwachte merkidentiteit ten opzichte van de opvallende uitspraken of gedragingen. Op de kleding kunnen we ze slechts deels beoordelen. Allen droegen een middenblauw pak. In tegenstelliung tot bijvoorbeeld Rutte die met nog meer contrast en een donkerblauw pak zijn karakter onderstreept.

Emile Roemer (SP) – de genieter

Sympathiek en olijk, zo begon Roemer aan het debat. Onze eerste gedachte was dat Roemer eigenlijk dacht: waarom ben ik niet gewoon gezellig aan het carnavallen in Boxmeer, wat doe ik hier?

Roemer lijkt niet zo veel te geven om feiten en cijfers. Niet uit domheid of luiheid, maar omdat het voor hem minder belangrijk is. Maar ook tijdens dit debat kwam hem dat op gestamel en gehakkel te staan. Ondanks de paar keer verzoenende woorden ‘we vinden elkaar’.

Roemers authenticiteit ligt gewoon niet in debatten, zijn merkkarakter past beter bij een rol die boven de partijen staat: wethouder in een grote gemoedelijke stad bijvoorbeeld. Zijn rode das is er een voor een leider en niet voor een genieter. Ook de dasknoop past niet helemaal. Liever een halve dan een hele Windsor-knoop die meer past bij de verzorger en expert.

Jesse Klaver (GroenLinks) – de rebelerende vriend

Roel wil graag meteen de das van Klaver noemen: die zat scheef en lelijk. ‘Je kan zien dat hij liever nooit een das draagt, maar dit maakt zijn uitstraling toch een beetje die van een de rebel.’ Zijn lichtblauwe hemd past dan wel weer bij zijn karakter. En ja, ‘naïef’ werd Klaver door Pechtold genoemd, ‘bezig met een formatiespel’. Klaver zelf zoekt naar de balans; hij is extravert maar laveert tussen de rebel en de vriend. Enerzijds scherp en kritisch. Klavers debattactiek ziet er enigszins vals persoonlijk uit, tegen onder andere Pechtold (‘dan weet u niet wat er speelt in de samenleving’). Anderzijds probeert hij zich te presenteren als verbinder met termen als ‘elkaar opzoeken’ en ‘met elkaar samenwerken’. Klavers schaduwzijde is die van ‘het vriendje’. En dat schuurde in het RTL-debat.

Sybrand Buma (CDA) – de verzorger

Over dassen gesproken; Roel vindt de bruine das van Buma wel goed merk-waardig. Jaren vijftig, geborgenheid, bewaking van de norm; dat zit allemaal in dat bruin. De jaren vijftig komen ook niet los van Buma. Vooral de andere lijsttrekkers, Pechtold voorop, houden die associatie graag in stand. Ondertussen gebruikt Buma veel woorden die passen bij het type verzorger: zorgvuldig, grenzen, geen risico’s, waken. Buma laat zich snel in een hoek duwen en dat bevalt de verzorger niet. Als harmonie-zoeker is het soms lastig om voor je standpunt te staan.

Lodewijk Asscher (PvdA) – de verzorger

Asscher is een ander type verzorger, maar zit ook merk-waardig in zijn taalgebruik. Controle, invoelen, tijd en rust nemen, onze waarden delen; zomaar wat termen die Asscher graag gebruikt in zijn teksten. Zijn zachte, soms wat zalvende stemgeluid past ook goed bij het karaktertype verzorger.

Hoe authentiek is het om als verzorger keihard de aanval te openen op anderen? Niet zo en daarom voelt het altijd wat ongemakkelijk als hij het doet. Advies: Asscher zou wat meer van het type Vriend kunnen inzetten; bijvoorbeeld door zijn kabinetsprestaties te benoemen en te onderbouwen met waar dat samen met andere partijen is gedaan; niet als verwijt, maar juist als uitnodiging. Door aan het eind van het debat Buma uit te nodigen was derhalve slim en passend.

Alexander Pechtold (D66) – staat die niet in het midden?

Pechtold is moeilijk karaktertypisch te duiden. De grap over D66 is natuurlijk altijd dat ze zo genuanceerd zijn dat ze niet kunnen kiezen. Dat zou op een plek in het midden van het karaktermodel wijzen. Pechtold gebruikt woorden als ‘template’ en ‘gestand doen’ en noemde veel zaken verwarrend. Is Pechtold daarmee authentiek? Waar Pechtold waarschijnlijk juist erg authentiek was, namelijk in het benoemen dat het Kamerlidmaatschap mooi is geweest, komt hij niet over als een sterk merk. Kortom, ook na het debat blijven we Pechtold in het midden zoeken. Ofwel op de plek waar je niet hoeft te kiezen. Dat is overigens voor de periode tijdens de formatie wel een uitstekende positie. Niet zozeer inhoudelijk, maar op sociaal-emotionele eigenschappen maakt D66 zich daarmee onvermijdelijk succesvol om mee te regeren. En dat past dan weer bij Pechtolds authentieke ambitie.