Het ambacht van worst maken wordt tegenwoordig niet alleen meer door slagers beoefend, maar ook door chefs en liefhebbers.

Zelf maken betekent zelf ingrediënten kiezen. De basisingrediënten voor een goede worst zijn het juiste vlees, peper, zout, knoflook en wat specerijen. Voeg daar naar smaak bijvoorbeeld venkel, tomaat, kaas of bijzondere kruiden aan toe en klaar is de basis. De vlees-vetverhouding moet 50-50 zijn en tegen het vriespunt aanzitten wanneer je het door de vleesmolen draait. Anders wordt alles wit en krijg je geen worststructuur. Gebruik bijvoorbeeld rozenzout om verkleuring tegen te gaan. Bak een eetlepel van het mengsel even kort, net als bij paté, en proef of de smaak goed is. Het mengsel stop je in een schoongespoelde varkensdarm met behulp van een worststopper. Het kan ook met een trechter. Als je de worsten klaar hebt en door draaien geportioneerd dan kun je ze roken, drogen en natuurlijk bakken. Osseworst eet je rauw en zo vers mogelijk.

Drogen kan bijvoorbeeld door de worst 24 uur in een pekelbad met een zoutoplossing van 6% (6 gram zout per 100 ml water) liggen. Vervolgens 48 uur laten drogen op kamertemperatuur en dan nog eens 2 weken op een koele droge plaats verder laten drogen.

Hoe het maken van een worst precies in zijn werk gaat is te zien op onderstaand filmpje. Voor meer inspiratie: kijk eens bij Brandt & Levie.