• Zeg meer met minder woorden
    Gooi de eerste alinea weg. Vermijd hulpwerkwoorden kunnen, zullen, gaan, willen. Kortom, less is echt more.
  • Gebruik geen lijdende vormen.Werkwoorden moeten werken. Schrijf ‘We voeren de maatregel uit’ in plaats van ‘De maatregel wordt geëffectueerd’
  • Gebruik geen nominale vormen. Deze vorm leidt tot Botext. Waarom ‘Bij ingebruikname van de printer..’ als je kunt schrijven: ‘Gebruik je de printer voor de eerste keer….’
  • Laat zien wat je vertelt of belooft. Visualiseer de tekst. Gebruik beeld, infographics en bullets. Bedenk een concept. Maak je tekst dus aantrekkelijk voor de lezer.
  • Formuleer een scherpe wat (Wat is de wat?) Bepaal de hoofdboodschap, de wat en beschrijf die in 155 karakters (dan maak je meteen de zoekmachines blij). Begin je tekst met de wat, zet je belangrijkste boodschap bovenaan.
  • Gebruik woorden die je doelgroep kent en snapt; Bewaar vaktaal voor vakmensen.
  • Vertel geen dingen die de doelgroep al weet. (‘De wereld om ons heen verandert razendsnel…’; ‘Social media zijn niet meer weg te denken.. Ja, duh!) Open origineel, spannend of informatief.
  • Volledig zijn hoeft niet (kan ook niet). Beperk je tot de hoofdboodschap. Je kunt een >lees verder of pdf toevoegen, maar je kunt nooit volledig zijn. Probeer het dus niet.
  • Schrijf tekst die er zin in heeft. Schrijf conversationeel en dialogisch. Een mri-scan laat zien dat deze teksten meer gebieden in de hersenen prikkelen. Je brein is dus het bewijs.
  • Maak een mindmap of woordvel van de tekst voor je begint. Kijk naar de samenhang en de structuur van je tekst. Ga eerst bouwen en dan pas schrijven. Dat werkt een stuk sneller en levert betere teksten op.

In 2014 is de heruitgave verschenen met hetzelfde ISBN en titel.