Duitsers leken mij geboren met een soort politieagent in de hersenpan. Ook ’s nachts op een onverlaten weg zouden zij netjes wachten tot het stoplicht de juiste kleur krijgt. Ook al zou dat een kwartier duren. Dat was tenminste de veronderstelling. Vorige week was ik aan het dineren in de fameuze China Club in Berlijn, vlak voor de Brandenburgertor met een aantal Duitse zakenrelaties. Eenmaal het onderwerp van etiquette aangeraakt kreeg ik een avondvullend gesprek over het gebrek aan fatsoen bij onze oosterburen. Volgens mijn tafelgenoten (ook allen rond de 40 jaar oud) was het slecht gesteld met de discipline, kennis van gedragsregels, respect en welke andere containerbegrippen nog meer rond de term etiquette gebezigd kunnen worden. De traditie van gerechten, feesten, kleding en omgangsvormen kende men (ook) niet meer.

Wel bleven de heren en dames mij gedurende de dagen in Berlijn met u aanspreken. Ook nadat ik had geïnsinueerd dat ze me toch echt wel met Roel aan kunnen spreken. De gepaste maar soms ongemakkelijke afstand bleef.